Mark Rutte, onbegrepen breekbaar menselijk

Mark Rutte, onbegrepen breekbaar menselijk

Intouchables. Wie kent de film niet? Mark Rutte koos de film uit om na zijn ruim 3 uur durende optreden in het programma Zomergasten, te draaien. Een goede keus. De Mark Rutteboodschap van de film is een belangrijke in deze tijd. Een onverwachte vriendschap tussen twee uitersten in de Westerse maatschappij.

Na deze klassieker – want dat is het al wel – zeven keer gezien te hebben, had dit nu mijn achtste kunnen zijn – ja, altijd al goed in rekenen geweest. Ik vind het nu alleen belangrijker dat ik iets schrijf over ‘onze’ Minsister President. Een man met minder macht dan de lading haat die hij over zich heen krijgt, doet geloven.

‘Onze’ zet ik voor de zekerheid even tussen aanhalingstekens. Het is namelijk nogal ondefinieerbaar geworden wie ‘wij’ zijn. Wanneer ben je nou ‘een Nederlander’? Een onderwerp die veel aan de orde kwam tijdens het boeiende interview. In tegenstelling tot veel landgenoten was ik vóór deze uitzending namelijk van mening dat Mark geen ‘hersenloze mongool’ en ‘vuile vieze kankerhond’ is – voor nog meer van dit soort opbouwende meningen, kijk even naar de reacties onder een willekeurige post op de FB-pagina ‘Minister-president’. Maar na het langdurig luisteren naar deze onbegrepen softie, durf ik te zeggen dat ik hem.. hoe zeg ik dit netjes.. een mens vind!

Een bericht op de officiële FB-pagina ‘Minster-president’ en enkele, relatief nog milde reacties.

Ja, dames en heren. Mark Rutte is, net als jij, en net als ik, gewoon een mens. Hij praat zelfs openhartig over het feit dat hij in bed ‘gejankt’ heeft. Het gaat over vlucht MH17. In een emotionele monoloog vertelt hij hoe hij enkele uren na het arriveren op zijn vakantiebestemming en een ‘telefoontje van kantoor, denk ik’, in de hectiek van de MH17-ramp belandde. En hoe hij intens meeleefde met de nabestaande. Tot op het punt dat hij 1:00 ’s nachts gebeld werd dat de trein met restanten eindelijk mocht gaan rijden. Dat hij moest huilen. Dat hij op dat soort moment plots iemand naast hem mist. Menselijke eenzaamheid.

Inmiddels krijg ik van een goede vriendin links opgestuurd, van artikelen die nu al (binnen het uur) geschreven zijn over zijn persoonlijke en intieme TV optreden. Koppen als ‘Rutte ziet Wilders als grootste tegenstander’ en ‘Geen diepere laag bij zondagskind Rutte’. Ik krijg er jeuk van. Zelf doe ik ook een poging journalist te worden. En als ik dit soort koppen dan lees, denk ik: ben ik er klaar voor? Wil ik wel een slaaf zijn van de ‘meeste lezers’ en de likes. Van het zwart-wit denken en de onpersoonlijkheid.

Het was zo’n mooi, intiem en menselijk – dus soms ook wat saai – interview. Een drie uur lang durend optreden gereduceerd tot niets meer dan een politiek statement. ‘Rutte ziet Wilders als grootste tegenstander’, nee Volkskrant, niet chique.  Geen wonder dat mensen hem als een harteloos politiek monster zien. Zelfs de ‘objectieve journalistiek’ geeft hem geen kans om mens te zijn. Ik zoek opiniemakers die soms tegen te stroming in een poging durven te wagen. Een poging uitersten bij elkaar te brengen. Niet per se in mening, maar wel in respect. Opiniemakers die deze poging durven wagen, zelfs als het risico inhoudt dat je zelf aan respect zou verliezen. Wie durft?

Intouchables
De film ‘Intouchables’

Tot die tijd raad ik jullie allemaal aan de film ‘Intouchables’ (nog eens) te kijken. Respect gegarandeerd.

Om af te sluiten een stukje uit het interview (de omslagfoto is een still tijdens dit fragment) , waarin Mark  aan de hand van een fragment uit de film Heat een misverstandje uit de wereld wil helpen: “Heb je een debat gehad. Je hebt op de inhoud staan strijden. Dan zie je ons weglopen en dan zegt de één tegen de ander: ‘zullen we een kopje koffie nemen’. En dan leg ik altijd uit aan mensen: de persoonlijke verhoudingen zijn goed, we mogen elkaar. De meesten. Maar de inhoudelijke verschillen van mening zijn echt. Dat is geen spel. Mensen denken vaak dat, omdat die inhoudelijke verschillen zo diep gaan, je elkaar ook persoonlijk moet haten. Dat is niet zo.” 

En zou zou het ook niet moeten zijn.

Mark, bedankt.

Ps. Sorry, ik ga nog steeds niet op u stemmen.
Pps. Nou weet ik dat mijn huidige bereik uit mensen bestaat die deze mening al met mij delen. Mijn vraag is dan ook deze column te delen, zodat het ook mensen bereikt die er wellicht wat van willen en kunnen leren.

Disclaimer
Deze column is opinie. Het gaat hier dus om mijn mening. Je hoeft het dus niet met me eens te zijn. Echter, ik ben van mening dat we allemaal wat van elkaars mening kunnen leren. Met die intentie zou ik graag reacties van jullie willen lezen! Laat van je horen! 🙂

Eervolle vermelding
Lieke Loman. Degene die me een duwtje in de rug gegeven heeft dit te schrijven en me altijd weer, alleen al door haar luisterend oor (lees: lezend oog), inspireert tot de beste woordgrappen en oneliners.

Bronnen
De omslagfoto is een still uit het interview. Het hele programma terugkijken? 
http://www.npo.nl/vpro-zomergasten/04-09-2016/VPWON_1260819

Mijn stem telt, maar liever niet op 6 april

UitgelichtMijn stem telt, maar liever niet op 6 april

Met de slogan ‘Red de democratie, teken voor dat referendum!’ is het GeenStijl vorige jaar gelukt en morgen is het zover. “Stem jij ja of nee?” was afgelopen week dan ook dé vraag voor tijdens de koffiepauze. De vraag of je überhaupt gaat stemmen, hoeft niet gesteld te worden. Waarom niet? Logisch, want ‘als je een stem hebt, laat hem dan horen!’ Zo werkt de democratie, toch?  Lees verder “Mijn stem telt, maar liever niet op 6 april”

Cappuccinootje, croissantje, krantje

Cappuccinootje, croissantje, krantje

“I don’t drink coffee, I drink tea my dear.” Nee, dat zal ik nooit zeggen. Het is de eerste zin van één van mijn favoriete nummers. Althans, dat was voor ik het als wekker had ingesteld. Note to self (en wellicht een dikke tip ook voor jou): dingen die je dierbaar zijn proberen te vermijden in de ochtend. Behalve koffie. Het is 6:45.
Lees verder “Cappuccinootje, croissantje, krantje”

De andere hand

UitgelichtDe andere hand

“We moeten er niet meer omheen draaien: volgens 1 Johannes 2 vers 22 bent u gewoon de antichrist.” Vrouw, middelbare leeftijd, wollen trui met capuchon en een stekelig blonde coupe. Ze staat bij de microfoon in het gangpad en heeft een A4’tje in haar hand. De zaal reageert eigenlijk nauwelijks op haar radicale aanval richting de man op het podium. Dat maakt me bang. Is iedereen het echt met haar eens?

Je vraagt je af of het voorgaande daadwerkelijk plaats heeft gevonden, ik ook. Ik knipper een paar keer en draai mijn hoofd langzaam naar mijn buurman. Langzaam, want ik ben bang dat mensen mijn gezicht zien die ik van verbazing niet meer onder controle heb. Mijn buurman kijkt terug. Ik blijk niet de enige van wie de onderkaak net op schoot is beland. We hebben elkaar zojuist bevestigd: dit is echt gebeurd.

We zijn in een schattig kerkje op een koude maandagavond, het zit propvol. Er zou zich een debat af moeten spelen over ‘de bedreigde kerk in het Midden-Oosten’. We hebben het alleen veel te druk met onze eigen angsten, hier en nu. Naast de vele geïnteresseerde en/of bange christenen zijn Gert-Jan Segers (ChristenUnie) en jongerenimam (geestelijk leider binnen de Islam) Yassin Elforkani te gast.

De laatstgenoemde is dus zojuist ‘de antichrist’ genoemd. Ook de debatleider is duidelijk niet voorbereid op de ‘kennis’ van deze mevrouw en probeert zijn rol wat ongemakkelijk weer op te pakken: “Oké, en uh… wat is precies de vraag?” De vrouw kijkt op haar papiertje, ze had geen vraag genoteerd. Ze had alleen antwoorden. Haar waarheid vertelde haar dat een hand schudden onmogelijk is.

Thuisgekomen probeer ik dit allemaal te plaatsen. Er stond daar een andersdenkende in het hol van de leeuw. Hij zocht toenadering, hij stak zijn hand uit. De hand wordt gepakt. Niet om te schudden, maar om even daarna verslonden achter gelaten te worden. De verbitterdheid die ik soms merk, kan ik niet rijmen met het liefdevolle evangelie. Er wordt toegekeken. Is iedereen het echt met haar eens?

Toekijkende mensen. Ken je die frustratie? Dat niemand ingrijpt. Je verliest hoop in de mensheid, want ‘bah, bah, bah, ik ben boos’. Ondertussen vecht de nederige man niet eens terug, hij laat het gebeuren. Hij kan weglopen, maar doet dat niet. Het lijkt verdacht veel op een wel heel bekend verhaal. En pas nu realiseer ik me: wat deed ik zelf?

Dit is niet een verhaal over een koude maandagavond in een kerk, of een jongerenimam en zelfs niet over een stekelige mevrouw. Dit gaat over jou en mij. Gelukkig krijgen we een tweede kans. Kijk ik hoofdschuddend toe of schud ik de andere hand in liefde?

Deze column is oorspronkelijk geschreven voor BEAM, het jongeren platform van de EO.

Geluk en andere bijzaken

UitgelichtGeluk en andere bijzaken

Jij leest dit nu, en ik weet van niks. Waarschijnlijk kennen wij elkaar helemaal niet. Toch weet ik dat we 1 ding gemeen hebben. We zijn beiden gelukszoekers. Ook waarschijnlijk allebei in de bloei van ons leven. We zijn jong, kunnen nog alle kanten op, wonen in een vrij land. Wij hebben mogelijkheden!

Toch baal ik regelmatig van dingen. Vertraging kan ik (vaak) nog wel omdenken, maar een eitje dat niet te pellen is: aarghh! Jij baalt ook regelmatig… toch? Een slecht cijfer, een blauwtje lopen of misschien wel gepest. Vul maar in. We kennen elkaar niet, maar wat lijken we eigenlijk op elkaar!

Gerjo (20) leek ook op ons. Hij was ook in de bloei van zijn leven, ook op zoek naar geluk en hij baalde vast ook weleens om iets. Dat zou ik hem eigenlijk moeten vragen. Helaas kan dat niet meer. Gerjo kreeg te horen dat hij kanker had. Nu, een jaar later, is hij dood (lees hier het verhaal van Gerjo).

Het maakt me verdrietig en dankbaar tegelijkertijd. Dat heb ik vaak bij verhalen over pijn, ellende en pech. Verdrietig omdat het zo verschrikkelijk is wat je leest, hoort en ziet. Dankbaar omdat ik weer eens ontdek dat ditzelfde verdriet niet over mijzelf gaat. Voor mij is geluk zoiets vanzelfsprekends geworden.

Voor veel meer mensen is geluk een sprookje. Geen realistisch vooruitzicht. Het is zinloos geweld om ervoor te vechten. Misschien herken je dat gevoel wel. Zie jouw pijn en verdriet dan maar eens te relativeren. Gerjo kon dat! Hij deelde gedichten met de wereld. Hij zong psalmen in zijn ziekenhuisbed. Hij liet overal een getuigenis achter en doet dat nog!

Zijn vrolijke lach en wilskracht waren zelfs zo sterk, dat hij in korte tijd trouwde met een verpleegster die hij in het ziekenhuis had leren kennen. Het moest wel wat snel allemaal, want hij was er slecht aan toe. Twee dagen later had zij alleen de (t)rouwring nog, geen man. Gerjo had geen ‘gelukkig’ vooruitzicht. Toch koos hij ervoor te zingen, te lachen en te trouwen.

Hoe kon hij dat allemaal? Dat zou ik hem eigenlijk moeten vragen. Helaas kan dat niet meer. In een brief aan het ziekenhuis gaf zijn vader onbewust antwoord op mijn vraag:

“Er is zo ontzettend veel gebeurd, het is niet te zeggen. Ik wil in de God van Gerjo eindigen, daarom zomaar een greep uit de goede gaven die we ontvangen hebben. Wij hebben er een schoondochter bij. Vele mensen(-zielen) zijn geraakt. Ondanks een week regen, scheen de zon tijdens het begraven van Gerjo. We zijn niet overmatig verdrietig. Er komen zoveel reacties uit Nederland, zelfs uit het buitenland, om stil van te worden…”

Een lesje: tel je zegeningen. Niet dankbaarheid als gevolg van geluk, maar andersom. Waar dankbaarheid stroomt, kan geluk groeien. Echt geluk. Zo kan je bloeien én zaaien tot zelfs na het leven. Bedankt Gerjo.

Deze column is oorspronkelijk geschreven voor BEAM, het jongeren platform van de EO.

Genade, durf jij het aan?

Genade, durf jij het aan?

Dit stuk is geschreven voor mijn (christelijke) studentenvereniging NSW. Mij werd gevraagd iets te schrijven over genade. Hier het resultaat.

Pas had ik een discussie over of we een persoon als Hitler in de hemel tegen zouden kunnen komen. Als mens zou ik al snel nee willen zeggen. Maar stel je voor dat hij vlak voor zijn dood spijt kreeg en Jezus als Heer zou belijden? Genade. Lees verder “Genade, durf jij het aan?”

Wat is het waard?

Wat is het waard?

Terecht, maar ergens ook vreemd. Iedereen, gelovig of niet, is nu bereid te bidden. Nogmaals, niet meer dan logisch dat je van je laat horen. Maar wat is het waard? Lees verder “Wat is het waard?”

Wie ‘wij’ zijn

Wie ‘wij’ zijn

“Papa, waarom is er geen Zwarte Piet?” Ik schrik wakker. Het is maar een nachtmerrie; ik ben niet eens een papa. Na dit horrorscenario een beetje te hebben verwerkt, begon ik toch na te denken over wat ik het ventje zou moeten antwoorden. “Uh.. die is niet meer welkom, omdat hij.. uh.. zwart is?” Voorlopig geen kinderen voor mij. Lees verder “Wie ‘wij’ zijn”

Dat mag gezegd!

Dat mag gezegd!

Daar zat ik dan, met vraagtekens en een berg aan gedachtes. Gedachtes aan wat jij zou voelen, gedachtes aan je potentiële nieuwe strijd waarin ik nu niet naast je sta, gedachtes aan hoe het ooit was tussen jou en mij. Gewoon, gedachtes aan jou.

Jezelf quoten, kan dat eigenlijk wel? Lees verder “Dat mag gezegd!”